Leerhuis van de kerkvaders

Geloofsondericht voor nieuwe christenen

Module I, jaar 1, lesdag 7

Lesgever: Stijn Van den Bossche

De grote catecheten van de vierde eeuw

In de vierde eeuw verwierf de Kerk definitief haar bestaansrecht. Op de toevloed van nieuwe christenen diende de zich snel ontwikkelende Kerk een gepast pastoraal antwoord te formuleren. Bisschoppen ontpopten zich als grote catecheten die de vele doopleerlingen moesten onderrichten in het geloof en binnenleiden in het leven van de Kerk. Hun homilieën vormden de gelovige massa’s in het geloof.
In Constantinopel en Antiochië is Johannes Chrysostomus de toonaangevende bisschop. In Jeruzalem treedt Cyrillus naar voor. In het oosten Theodoor van Mopsuestia en in het westen Ambrosius van Milaan.

Uit een doopcatechese van Johannes Chrysostomus

Waarom heb ik gezegd dat je niet zal bezig zijn met de dingen die je ziet, maar je geestelijke ogen zal verwerven? Het is opdat jij, wanneer je het bekken van het (doop)water en de hand van de priester die je hoofd aanraakt, ziet, niet zou menen dat het enkel en alleen water is, noch dat alleen de hand van de bisschop op je hoofd ligt. Want het is niet een mens die bewerkt wat hier voltrokken wordt, maar de genade van de Geest.

Uit de mystagogische catecheses van Ambrosius

Morgen zal ik jullie, pasgedoopten, als de Heer mij voldoende stem geeft, hierin vollediger onderrichten. Jullie heiligheid moet echter een gewillig oor en een ontvankelijke geest hebben, opdat jullie wat wij kunnen verzamelen uit de tekst van de Schrift en wat we jullie zullen meedelen, ook kunnen onthouden, opdat jullie de genade mogen bezitten van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

Gregorius van Nyssa, Homilie voor het feest van Epifanie

Ziehier waarin de omvorming bestaat.
Voor de doop was de mens onmatig, gierig, hij was een dief en schold, een leugenaar en een kwaadspreker en al wat hieruit voortkomt. Nu moet hij bescheiden zijn, tevreden met wat hij bezit, gereed om het te delen met de armen, bezorgd om de waarheid, respectvol voor allen en, in één woord, hij moet al wat goed is behartigen. Zoals het licht de duisternis verjaagt en wat wit is het zwarte, zo verjagen de werken van gerechtigheid de oude mens…

« Terug naar het programma van Module I, jaar 1