Leerhuis van de kerkvaders

Lesprogramma

De cursussen van het Leerhuis lopen over vijf lesjaren van telkens negen lesdagen. Het pakket is onderverdeeld in drie modules:

Module I - Van de 1ste tot de 11de eeuw

De cursusjaren 1 en 2 beogen een 'chronologische' verkenning van de kerkvadertijd met aandacht voor de grote figuren en hun bijdrage tot de opbouw van de Kerk. Hoewel we uitgebreid aandacht hebben voor de inhoud van de vaderteksten, volgen we daarbij vooral een historische lijn die loopt van de 1ste tot de 11de eeuw.

Module II - De Vaders over de grote thema's van de christelijke leer en het spirituele leven

Een meer 'catechetische' insteek wordt gevolgd in de cursusjaren 3 en 4. Nu worden Vaderteksten verkend vanuit een aantal grote thema's. We volgen deze keer een heilshistorische lijn: hoe laat God zich kennen? Hoe worden wij herboren en voltooid? Welke toekomst is er voor deze wereld?

Module III - De Vaders als grondleggers en vormgevers van het liturgische leven

In het vijfde cursusjaar doorlopen we het liturgisch jaar met de Kerkvaders. Zij liggen aan de grondslag van de liturgie zoals wij die vandaag in het Oosten en het Westen vieren. De liturgie - met de jaarcyclus van feesten, sterke tijden en gedachtenissen - en de sacramenten zijn tegelijk bron en voltooiing van het christelijke leven in de Kerk.

Gedetailleerd programma

  • Module I, jaar 1
    2016 - 2017
  • Module I, jaar 2
    2017 - 2018
  • Module II, jaar 1
    2018 - 2019
  • Module II, jaar 2
    2019 - 2020
  • Module III
    2015 - 2016

Van de eerste tot de 11de eeuw

Deel I. De Pre-Niceense Vaders (de eerste drie eeuwen)

Deel II. De Post-Niceense Vaders (de vierde eeuw)

Van de eerste tot de 11de eeuw

Deel I. Het Christusmysterie in het geding

Deel II. Het monastieke leven: eenheid en differentiatie

Deel III. Eindpunt en nawerking van de patristische tijd

De eerste eeuwen die de menswording inluiden

Deel I. Het mysterie van de onkenbare God die zich meedeelt

Spreken en zwijgen, stilte en lofzang, zijn twee wijzen waarop wij eer brengen aan God. Ze staan in een voortdurende spanning. Ze verwijzen naar de twee aspecten van de goddelijke waarheid: God is anders en daarom verborgen, maar hij deelt zich mee, maakt zich kenbaar en daarom wekt hij onze woorden. God is ver én nabij. Hij is ongekend, maar laat zich kennen. Deze fundamentele paradox van elk theologisch discours is een belangrijk thema bij de vaders.

Deel II. God deelt zich mee doorheen de schepping

Deel III. God deelt zich mee doorheen de Schrift

De tweede wijze waarop God zich meedeelt gebeurt doorheen de Heilige Schrift. Het boek van de Schepping en het boek van de Schrift zijn twee parallelle taalspelen langs waar God ons tegemoet treedt. Zij verwijzen naar elkaar en verduidelijken elkaar. Langs beide taalspelen wordt een vollere openbaring aangekondigd en het verlangen naar een nog diepere kennis van God gewekt. De Vaders hebben, naast de letterlijke lezing, een diepere meer spirituele en naar Christus verwijzende lezing uitgebouwd. Dit in navolging van Jezus zelf en van de apostelen: “Toen verklaarde Hij hun wat in al de Schriften op Hem betrekking had” (Lc 24, 27).

Deel IV. De volle tijd: God deelt zich mee in Jezus Christus

De 'tweede eeuwen’ – De weg van het christelijke leven en zijn voltooiing

Deel I. De realiteit van de mens

De vaders hebben veel nagedacht over de realiteit van de mens, over de mogelijkheden die hij in zich draagt, de zending die hij te vervullen heeft, over zijn falen en zijn strijd. Een ongekende schatkamer aan inzicht in de mens, in wat hem beweegt en hindert in zijn opgang, wordt door de kerk bewaard en gekoesterd in teksten en wijsheden van haar meesters.

Deel II. Het mysterie van de Kerk

De rijping van het zelfbewustzijn van de Kerk is een lange weg geweest en vele factoren hebben daartoe bijgedragen. We merken dat, doorheen haar groeiende organisatie en structuur, de Kerk verder groeit in het zelfverstaan en dat de contouren van de kerkelijke identiteit zich duidelijker beginnen af te tekenen. Zij werd zich gaandeweg meer en meer bewust draagster te zijn van een groot geheim: het mysterie van Christus. Zij zal het steeds weer ontvangen, dragen en baren voor de wereld. De Moeder Gods werd daarbij haar model.

Deel III. De weg van de christen

De weg van de christen vangt aan wanneer hij geraakt en gewond wordt door de liefde die God hem toedraagt vanaf het begin. Deze eerste ervaring zet hem in beweging. Ze noopt hem op weg te gaan. Deze weg kent verschillende aspecten die hij alle steeds opnieuw moet doormaken en behartigen. Steeds weer zal hij antwoord geven op de liefde van God. Het leven zelf biedt het materiaal waarin hij zijn antwoord uittekent. De Kerk, bemiddelaarster van Gods genade, biedt krachtige hulpmiddelen aan in liturgie, verkondiging en sacrament.

Deel IV. De herstelde, voltooide mens

De weg van de christen wordt voltooid. Het perspectief dat van oudsher was aangezegd wordt werkelijkheid. De mens deelt in de gelijkenis met God. Hij participeert aan de gevoelens van God. Hij komt thuis. Hij is een nieuwe mens, met Licht bekleed. Deze realiteit wordt geschonken aan wie nederig is van hart, als pure gave: God keert zijn gelaat naar ons toe en wij zien van aangezicht tot aangezicht.

Het liturgisch jaar met de kerkvaders

Voor de vaders was het evident dat het theologisch en spiritueel discours uitmondde in de eredienst, als de plaats waar leer en innerlijkheid tot volle bloei komen en hun diepste bezegeling ontvangen, in een beweging van gebed waaraan de hele Kerk participeert. De Vaders zijn daarom niet alleen de grondleggers en vormgevers van de liturgie, ze hebben de gelovigen er ook in binnengeleid door hun aanmoedigingen, traktaten en homilieën.
Het gelovige leven – alle vormen waarin het wordt vertolkt – dient opgenomen te worden in het universele dankende antwoord van de Kerk aan haar Heer: de liturgie.

Deel I. Het levende weefwerk van de liturgie

Vanaf de eerste eeuwen heeft de liefde van God, in Christus aan de mens bewezen, een biddend en liturgisch antwoord ontlokt. Aanvankelijk nog sterk afhankelijk van de Joodse eredienst begon de christelijke liturgie zich er steeds meer van te onderscheiden. Toen de grote massa’s het christendom vervoegden werd een meer coherente en typisch christelijke eredienst geconstitueerd. Het geheel groeide uit tot een gemeenschappelijke celebratie, geritmeerd door de hoogtepunten in de dag, de week en het jaar. De liturgie van de Kerk is de schatkamer van haar spirituele leven, in woord, vorm, beeld en gebaar uitgedrukt in een steeds herhaald vieren, met als hoogtepunt de Eucharistische samenkomst van de zondag, het eerste en oudste paasfeest.

Deel II. Het liturgisch jaar met de kerkvaders

Het liturgisch jaar legt in een brede waaier van sterke tijden en feesten de rijkdom van het christelijk geloof open. De gelovigen krijgen op deze wijze, al biddend, vierend en verbeeldend, deel aan het Christusmysterie dat met de tijden en feesten mee, zich ontvouwt in een zinvolle, pedagogische orde. Op deze wijze wordt de gelovige gemeenschap ingewijd. De Vaders hebben door hun commentaren, homilieën en gebeden niet weinig bijgedragen tot de rijkdom en inzichtelijkheid van de liturgie. Ze hebben vooral door hun woord het diepe geheim van elke celebratie in het licht gesteld: de ontmoeting met God die door de mysteries van Christus’ leven, sterven en verrijzen binnen ons bereik wordt gesteld.